Anderhalf.

Liefste Jitske,

Je bent nu anderhalf en manneke manneke manneke toch, wat ben ik trots op jou!
De laatste maanden heb je weer zo veel geleerd, je verbaast me bijna elke dag wel met iets nieuws. Je kan een bal tekenen, je drinkt uit een echte grote beker, je zet je eigen muts op en doet je sjaal aan, je roept “allé!” als we iets gaan doen of ergens naar vertrekken, je kan op je poep de trap afgaan (zo vaak achter elkaar dat je er blauwe billetjes van krijgt), je speelt met steeknageltjes, je oefent elke dag om te springen en héél soms krijg je per ongeluk je beide voetjes tegelijk omhoog, je praat véél en duidelijk en maakt al piepkleine zinnetjes.

Je hondje is en blijft je mega grote held. Hij is écht je allerdikste vriend. Jullie spelen samen zeer levendige rolspelletjes. Soms ruik je aan je hondje en vind je dat hij stinkt. Dan heeft hij kakka gedaan en leg je hem op je verzorgingskussen en probeer je hem een pamper aan te doen. Hij mag drinken uit je beker en van je flesje melk ‘s avonds.
Je hondje moet overal mee naartoe: in de auto, naar de crèche, naar bed, naar de winkel,… Hij moet àl je spelletjes meedoen: ballonnen opblazen, autootjes naar je toe duwen, ballen gooien, torens maken, mee oefenen om te springen, mee kleuren, … Het enige waar je tot nog toe gelukkig niet om vraagt is om hem mee in bad te nemen.

Dan mag immers je popje mee. Je wast haar haartjes en haar gezichtje, als een echt lief moedertje. In bad speel je ook met een lege bus badschuim. Daaruit haal je zalf om aan je gezichtje te smeren en je doet er “psshht psshht” mee onder je oksels. Deodorant! Je doet alles na wat je ons ziet doen.

Je vindt het dan ook onuitstaanbaar dat je in de keuken niet altijd alles helemaal mee kan volgen. Zolang je mee op het aanrecht mag zitten kijken, als we groenten wassen, schillen en snijden ben je tevreden. Jij mag dan de gesneden groenten in potjes doen, wat je erg leuk vindt. Maar eens de potten op het vuur staan en het dus te gevaarlijk is om jou mee op het aanrecht te zetten en ik niet de armen vrij heb om je mee in de potten te laten kijken, dan knettert het in je hoofd en word je héél erg boos! Geen enkel afleidingsmanoeuvre helpt: je blijft boos tot je mee mag kijken en eigenlijk ook nog tot je aan tafel mag en EINDELIJK van al dat lekkers mag proeven.

Boos zijn kan je heel goed. Je stampt en flappert met je armen en roept en tiert en huilt. Je gaat soms op je knietjes zitten en bonkt met je hoofd op de grond. Je doet dat zo zachtjes dat het onmogelijk pijn kan doen, zo slim ben je uiteraard wel. Je kijkt dan of ik het zeker gezien heb, maar uiteraard doe ik dan alsof dat niet het geval is en dàn word je pas woest! Heerlijk! Het beste is dat je dat enkel bij mij doet en je grootmoeders geloven dus niet dat je zo’n driftkikker kan zijn. Slimmerik!

Gelukkig blijf je vooral een grote lachebek, mijn gibbergat. Wat geniet ik ervan om samen met je te ravotten, rond te kruipen, te rollebollen, te kriebelen, … Als jij dan zo hard lacht dat je in mijn mond kwijlt en ik daardoor slappe lach krijg en jij dus ook… dan geniet ik zo hard van de peuter die je bent.

Of ‘s morgens, als je na een heerlijk lange, ononderbroken nacht goedgezind wakker wordt en niet de behoefte voelt om direct te huilen om gepakt te worden. Als je dan begint te fluisteren tegen je hondje over mama en papa en slapen, dan geniet ik zo hard van de peuter die je bent. Je bent om op te eten als je fluistert, je bereikt dan echt het toppunt van je schattigheid!

Ah, en ik zou het nog bijna vergeten te zeggen: je drinkt NIET meer aan de borst. Al een tijdje dronk je enkel nog ‘s ochtends, maar je verloor langzaam maar zeker je interesse. Tot je er zelf niet meer achter vroeg en tot ik besloot het dan ook niet meer voor te stellen. Na enkele dagen heb ik nog eens gevraagd of je wou drinken en dat wou je. Maar toen je mijn borst zag bekeek je die alsof je nog er nog nooit in je leven één had gezien. Alsof je op enkele dagen tijd 17 maanden borstvoeding totaal vergeten was. Dat vond ik wel grof, eigenlijk. Maar goed, ik ben ergens ook wel blij dat we die fase nu volledig voorbij zijn en vooral dat we die op jouw tempo hebben kunnen afsluiten. Het was reuzegezellig, Jitske.

Verder stel ik voor dat je het komende jaar wat kalm aan doet. Blijf nog maar wat klein. Voor je het weet moet je naar school en ik krijg nu al een krop ik mijn keel als ik denk aan die dag dat ik je voor het eerst in je klasje moet achterlaten bij allemaal nieuwe kindjes en een nieuwe juf of meester.

Kalm aan, alsjeblief!

Dikke kus,

mama

Of ik eet u op.

Daarstraks in de auto, ineens, vanuit het niets:

Appetien
Laaaatetien
paatje op
hamhamham

Ons Jitske kan zingen, jawel. En ze is er fier op. Uit haar kwebbel klinkt plots non-stop appelsienlaatuzien. En glunderen dat ze doet!

Ze wordt al zo groot, ons klein meisje.

Is het hondje daar wel handig genoeg voor?

Zaterdagochtend, zeven uur. Spelend in de living, zoals gewoonlijk. Ons Jitske komt met haar pluchen hond aandraven, want ‘alles wat het hondje doet, is grappig’. Het knuffeldier is haar grote liefde, haar steun en toeverlaat, haar grapjas, haar held. Want het hondje kan àlles en stelt nooit teleur.

Dus maakt het hondje een grote toren van Duplo, ververst het hondje een kakpamper (zonder daarbij de poten te bevuilen), maakt het hondje een kleurrijke tekening met wasco’s, laadt het hondje het afwasmachien uit, smeert het hondje een boterham met choco, maakt het hondje een puzzel, leest het hondje een boek met flapjes, doet het hondje een paard na en maakt het hondje een kunstwerk met steeknageltjes. Ge leest het goed: een hond die met steeknageltjes speelt op zaterdagochtend tussen zeven en acht. Dàt vindt onze dochter grappig. En als het hondje moe is, dan wordt ons Jitske boos.

Vandaag heb ik de vraag durven stellen: “Is het hondje daar eigenlijk wel handig genoeg voor?”. Het antwoord kwam zonder aarzelen en was duidelijk: “ja papa, hondje”.

Ik haal diep adem.
Het hondje blaast een ballon op en legt er een knoop in.
Jitse giert van het lachen. Met haar naïeve vader wellicht.

Woordenboek

Het was mijn bedoeling om de woordentrommel toch wel langer dan 3 maanden vol te houden, maar dat was buiten Jitse haar ongelooflijke vooruitgang gerekend. Ik kan al haar nieuwe woordjes gewoon niet meer bijhouden! Elke dag zegt ze weer enkele nieuwe dingen. Het is ook meer en meer haar gewoonte om de dingen met twee woorden aan te duiden en uit te leggen. (Heel handig, trouwens!) Ze beschikt tegenwoordig dus al over een hele woordenboek.
De leukste van de afgelopen maand wil ik je echter niet onthouden:

JOEPIE (bij alles wat ze leuk of lekker vindt) Dit woordje typeert Jitse hélemaal.
Appetien (appelsien! En als we geluk hebben zegt ze daar achter: laat te tien (laat u zien!)
Amaaaai!
fitjes (fritjes)
Soef hale mama (sloefen van mama gaan halen)

Eigenlijk zegt ze alles na, ook als ze het woordje nog niet kent. De tijd is dus aangebroken dat wijzelf héél hard moeten gaan letten op wat we zeggen. Vorige week vloekte Pieter luid toen er iets misliep en Jitse herhaalde netjes: TOTTETOMME (godverdomme dus).

Als ze iets niet wil, zegt ze er gewoon “nee” of “nie” achter, zoals “slape nee”. Dit is iets minder handig voor ons, want soms wil ze iets niet doen, gewoon omdat ze het kan zeggen. :-)

Jitse kan ook al héél goed (teentjes) tellen. Kijk maar: