Is het hondje daar wel handig genoeg voor?
Zaterdagochtend, zeven uur. Spelend in de living, zoals gewoonlijk. Ons Jitske komt met haar pluchen hond aandraven, want ‘alles wat het hondje doet, is grappig’. Het knuffeldier is haar grote liefde, haar steun en toeverlaat, haar grapjas, haar held. Want het hondje kan àlles en stelt nooit teleur.
Dus maakt het hondje een grote toren van Duplo, ververst het hondje een kakpamper (zonder daarbij de poten te bevuilen), maakt het hondje een kleurrijke tekening met wasco’s, laadt het hondje het afwasmachien uit, smeert het hondje een boterham met choco, maakt het hondje een puzzel, leest het hondje een boek met flapjes, doet het hondje een paard na en maakt het hondje een kunstwerk met steeknageltjes. Ge leest het goed: een hond die met steeknageltjes speelt op zaterdagochtend tussen zeven en acht. Dàt vindt onze dochter grappig. En als het hondje moe is, dan wordt ons Jitske boos.
Vandaag heb ik de vraag durven stellen: “Is het hondje daar eigenlijk wel handig genoeg voor?”. Het antwoord kwam zonder aarzelen en was duidelijk: “ja papa, hondje”.
Ik haal diep adem.
Het hondje blaast een ballon op en legt er een knoop in.
Jitse giert van het lachen. Met haar naïeve vader wellicht.
